Reisverslag van een vakantie naar Italie terug homepage

 

Wij hebben zo genoten van onze reis dat we hebben besloten om er een verslag van te publiceren voor andere mensen. Misschien brengen we iemand anders zo op een leuk vakantie idee.

Onze autoreis gaat door Frankrijk, Zwitserland en Italie. De route is een soort langgerekte 8-vorm. Het begint en eindigt in Nederland via Colmar, Aosta, Deiva Marina, Ceretto, en Tremezzo. De reis is gemaakt in 17 dagen en de route is een kleine vakantie op zich. Wij hadden alle accommodaties van te voren geboekt. 3 hotels en 2 appartementen. Afhankelijk van de periode is dit niet noodzakelijk maar wij wilden voorkomen dat we tijd aan het zoeken ernaar kwijt zouden zijn. Want in sommige plaatsen verblijven we maar een klein dagdeel. Zowel heen als terug gaat de route door Zwitserland. Voor Zwitserland is een vignet benodigd dat in Nederland te koop is.

 Op de eerste dag is het ongeveer 600km naar Colmar in Frankrijk. Wij hadden 's morgens bij vertrek wat oponthoud maar hadden toch nog voldoende tijd om door het centrum van Colmar te wandelen met zijn gekleurde vakwerkhuizen en kanalen. De kathedraal is ook de moeite waard. Er zijn veel gezellige terrasjes om die avond te dineren. De omgeving van Colmar is erg mooi. Ondanks dat het niet ver van huis is, geeft het meteen het gevoel echt op vakantie te zijn. Er liggen een schilderachtige dorpjes in de buurt van Colmar. Als het aantal vakantiedagen het toelaat is het een aanrader om hier een dagje langer te blijven. Maar wij moeten verder!

De volgende dag vertrekken we uit Colmar richting Aosta in Italie. Het is slechts 365km dus we nemen de tijd. In Zwitserland passeren we het meer van Geneve waarop je goed uitzicht hebt vanaf een parkeerplaats langs de snelweg.
De bergen worden steeds hoger en bereiken een toppunt bij het passeren van de Zwitsers-Italiaanse grens (in een tunnel). Daarna daalt het iets af op weg naar Aosta. Deze stad is de grootste in de omgeving maar lijkt nog steeds meer op een dorp. Het is heel overzichtelijk met één zeer gezellige hoofdstraat. Er zijn restaurants, een aantal chique en gewone kledingzaken en veel bergwandelaars te vinden. De meeste bewoners spreken naast Italiaans ook Frans. We zijn hier dan ook niet ver van het drielandenpunt met Frankrijk en Zwitserland. Onderweg was de Mont Blanc te zien.
Overal rond Aosta is er een prachtig uitzicht op de bergen
De hotelreceptionist had ons gezgd vooral aan de voorkant van het hotel te parkeren en niet aan de achtekant. Want daar zou de volgende ochtend markt zijn. Wij hadden verwacht gewekt te zullen worden door het opbouwen van de markt. Ondanks het open raam pal boven de marktplaats hebben we niets gehoord. We werden laat wakker en wierpen meteen een blik naar beneden. Ja er stond echt een flinke markt, maar wel een hele stille naar Italiaanse begrippen. Na een kleine wandeling in Aosta en een paar koppen goede Italiaanse koffie op weg naar Deiva Marina.
305km richting de kust langs Genova.

 


Deiva Marina is een klein plaatsje net boven het beroemde 'Cinque Terre' in Ligurie. Dit stuk natuur en bijbehorende dorpen zijn verklaart tot monument en staan op de lijst van Unesco. Alle dorpen langs deze ruige kuststrook zijn leuk. Wij kozen voor Deiva Marina omdat het een van de weinige plaatsjes is in dit gebied met een relatief groot strand. En, niet onbelangrijk, bovendien bevond zich hier een gezellig klein appartementencomplex met voldoende gratis parkeerruimte. Want parkeren is lastig in de meeste dorpjes. De auto zal echter een week stil blijven staan want wij verplaatsen ons hier per trein.
Bij het station zijn weekabonnementen te koop inclusief toegangskaart voor Cinque Terre. De kaart is nodig als u over de paden tussen de dorpen wilt wandelen. De dorpjes zijn klein, evenals de afstanden ertussen. De trein heeft dan ook het stopgedrag van een tram. Je kunt bijvoorbeeld met de trein naar een bepaald dorp gaan en naar de volgende lopen alwaar je weer de trein kan nemen. Het treintraject gaat veelal door tunnels pal langs de kust. De stations zijn steeds midden in de dorpen. Er zijn verschillende wandelpaden tussen de dorpen. Tussen alle dorpen is een pad langs de kustlijn en tevens bovenlangs. Deze laatste zijn vaak langer en zwaarder. Tevens kun je je verplaatsen met de veerboot, roeiboot of kano.

Het park Cinque Terre bestaat uit 5 dorpen. Monterosso Vernazza Corniglia Riomaggiore etc. De dorpen aan weerszijden zijn ook de moeite waard. Bijvoorbeeld het beroemde Portofino. Er is eigenlijk geen zichtbare overgang tussen het park en de rest van de kuststrook. De dorpjes zijn vrolijk gekleurd met oneindig veel leuke smalle straatjes en doorkijkjes. Er zijn winkeltjes te vinden maar je treft hier geen filialen van winkelketens of grote supermarkten. Om de zoveel meter kun je ijs en pizzapunten kopen. En er zijn genoeg restaurantjes om uit te kiezen. De prijzen liggen lager dan in Nederland maar lopen ver uiteen. Zo kun je er een espresso tussen de €0,80 en €3,00 vinden. Afgezien van de schotelantennes op de daken doet het allemaal erg authentiek aan.

Er komen veel toeristen op dit gebied af. Wij waren hier half juni en toen viel het met de drukte tot onze vreugde erg mee. Het trekt een bepaald type toerist, zeg maar het cultuur en wandeltype. En ook de rijkere gepensioneerde medemens, er zijn dan ook enkele echte chique hotels te vinden. De temperatuur tijdens ons verblijf was rond de 27 graden. Op het midden van de dag was het soms aan de warme kant voor een stuk lopen. Een pauze op de rotsen aan zee of op het strand is dan wel prettig.

Na een mooie week aan zee gaan we het binnenland in. De bestemming is Ceretto op 320km afstand in de provincie Umbrie. Er zijn meerdere Ceretto's en dit gehucht staat niet op de kaart maar het ligt tussen Passaggio en Cannara in de buurt van de meer bekende plaats Bettona. Een totaal ander landschap en kleurpalet. Weinig tot geen verkeer. Dezelfde middag bezoeken we Spello. Een kenmerkend dorp voor Umbrie. Gebouwd op een heuvel, vestingmuren, mooie gebouwen in de typische bruintinten die je in deze streek treft.
Het geheel roept een gevoel op alsof je terug gaat in de tijd. Net als bij de vorige bestemming zie je dat bewoners veel zorg besteden aan bloemen en planten.

 

 

 

 

 

Wij logeren een week in een mooi landhuis, beter bekend als een agriturismo. Vaak zijn het voormalige boerenwoningen op grote landgoederen. Aangepast aan de wensen van de hedendaagse toerist. Zo hebben wij een enorm groot zwembad. En aangezien we de enige gasten zijn is het voor ons alleen. Als stadsmens was het even wennen om helemaal alleen op zo'n groot terrein te zijn. Gelukkig went luxe snel genoeg. Achter het huis bevindt zich ook nog een tuin, bbq-plaats, olijfboomgaard, moestuin, en voetbalveld.
Aan het einde van de dag was er vaak een oudere heer te vinden die de tuin onderhield. Nu spreken wij geen Italiaans maar na even nadenken wist ik hem te begroeten met "buonaserra maestro giardino". Zoals gebruikelijk op vakantie krijg je dan een hele riedel terug waar je niets van verstaat en beantwoordt met een vriendelijke glimlach. De eigenaar zelf troffen we ook eenmaal aan met een fles wijn op een bankje. Toen hij ons zag wees hij naar de lucht en zei "sole". Wij mogen dan geen Italiaans spreken maar we zijn natuurlijk niet blind. Vanzelfsprekend ga je elkaar beter begrijpen bij het delen van een fles wijn.

Er zijn veel bezienswaardigheden in Umbrie. Te veel voor een weekje maar we doen ons best zoveel mogelijk te zien. Bevangna en Montefalco zijn lager gelegen dorpen waar je vroeg of laat wel een keer toevallig langsrijdt en zeker even moet uitstappen.

 

 

 

De stad Perugia is ook absoluut een bezoek waard. Al was het maar vanwege de bijzondere parkeergarage die via roltrappen en spelonken tot het centrum leidt. Het is een studentenstad dus gelukkig vonden we hier een internetgelegenheid.

 

Assisi is een toeristische trekpleister in het teken van de heilige Franciscus. Desalniettemin is het een fraaie plaats.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zomaar wat rondrijden van dorp naar dorp is in Umbrie een prima bezigheid. De natuur is schitterend. Je kunt er uren wandelen en genieten van de vergezichten zonder dat je een mens tegenkomt.  Een mooie autoroute is er tussen fabriano en pieve torina. Een andere aan te raden route is een rondje Perugia, Gubbio, Nocera.

 

Naar verluidt spookt het in de bergen rond Norcia. lang geleden stond het bekend om toverij. Er zijn hier een aantal kluizenaars geweest die heilig zijn verklaard. Kennelijk gaat men interessante dingen zeggen na een eenzame periode in deze bergen. Van toverij hebben we niets gemerkt maar het is inderdaad sprookjesachtig in de omgeving van Norcia, Cascia, Visso en Preci.
Er zijn truffels en everzwijnen.

Ten noord-oosten ligt het nationaal park Monte Sibilini. Er bevindt zich een enorm grote hoogvlakte op grote hoogte (Grande Piano). Om een idee te geven van de grootte, op het plaatje uiterst rechts zijn de weg in het midden en een manage niet eens zichtbaar. De bergen en vegetatie hebben een eigenaardige kleur. Het geheel maakt een overweldigende indruk en is een bijzondere plek op deze aarde.
Ten zuiden ligt Spoleto.  Ook hier troffen we weer een bijzondere parkeergarage. We vonden hem al wat ver van het centrum af liggen voor de 'centrumgarage' maar dat werd goedgemaakt door de ondergrondse transportbanden zoals men die op luchthavens aantreft. De stad zelf is niet zo groot maar de afstand tussen de bezienswaardigheden wel. Om ze allemaal te zien heb je een dagje nodig.
Met dit dagje vol cultuur in Spoleto is onze week in Umbrie ten einde.

De terugreis begint met 500 km naar Tremezzo aan het Como meer. Het eerste stuk is prachtig maar dan wordt het landschap richting Milaan steeds minder spectaculair. Gelukkig verandert dat weer compleet bij het naderen van het Como meer. In tegenstelling tot het Gardameer zijn er geen aangelegde oevers en stranden. Wel ontelbaar veel dorpjes met boulevards en haventjes. Langs de weg staan riante villas met schitterende tuinen achter hekken. Stoppen om te kijken is niet eenvoudig. We komen hier zeker nog eens terug om een rondje Como meer te doen op een scooter.
's Avonds was het moelijk kiezen in welk dorp aan welke boulevard en in welk restaurant we zouden gaan eten. Na het verkrijgen van een natte broek bij het vaststellen van de watertemperatuur viel de keuze op het dichtstbijzijnde restaurant. Schoenen, sokken en blote voeten werden keurig onder het tafeltje op het terras geschoven. De broek droogde bij 26 graden gelukkig heel snel. Het werden de lekkerste mosselen en kalfsmedaillons ooit. Na enig aandringen stemde de ober in om een doos huiswijn te verkopen. Niet dat hij dat niet wilde doen maar hij wilde eigenlijk zijn flessen terug. Want wat moesten al die thuisblijvers zonder souvenier van onze reis, nu kregen ze deze heerlijke wijn en met etiket van zijn restaurant.

We ontbijten met uitzicht over het ontwakende meer. We treuzelen nog wat op het terras van ons hotel met adembenemend uitzicht. Deze laatste dag rijden we naar huis. Vanaf Tremezzo een kleine 1000 km.
De route begint met een bocht naar het meer van Lugano. Een ontzettend lieflijke weg die we goed hebben kunnen bekijken dankzij een camper die voor ons reed. Deze had wat moeite met het passeren van tegenliggers op de smalle stukken met overhangende rotsen. Daarna werden het landschap en de huizen al snel erg Zwitsers en voor je het weet ben je weer thuis.
We hebben ons best gedaan om van onze reis en onze foto's een samenhangend verhaal te maken. En daar waar nodig te voorzien van praktische informatie. Als u een vraag of opmerking heeft dan kunt u ons bereiken via info@active247.nl
 


Veel reisplezier toegewenst,
K & I

 

terug homepage © all right reserved by active247.nl